LogoPlusSlagzin(blauw transp 230px)

 

Inleiding - In het jaar 1895 besloot een groepje vrijgezelle mannen om een muziekvereniging op te richten. In die tijd gebeurde dat op vele plaatsen rond Menaldum. Het werd een Fanfare met een neutraal karakter inclusief een ballotagecommissie.

Al gauw werd ook de eerste vrouw verwelkomd als lid van de muziekvereniging. Dit was voor die tijd vrij bijzonder. De ballotagecommissie bestaat natuurlijk al lang niet meer. Inmiddels is meer dan de helft van de leden van het vrouwelijke geslacht.

Al 125 jaar lang is Constantia een bloeiende vereniging! Het  draait bij Constantia nog altijd om gezellig muziek maken.

 

De eerste jaren

Op 3 november 1895 vond een vergadering van belangstellenden plaats met als doel: het oprichten vaneen muziekvereniging. Op deze vergadering waren aanwezig de heren:

P.M. Boonstra, J.H. Braak, T. van Dokkumburg, L.M. Dijkstra, M.H. Dijkstra, M.J. Dijkstra, F.J. Fokkema, K.H. Giesing, J. de Haan, P. Kamminga, G.B. Lettinga, H.J. van de Leij, M. Peins, Tj. Roersma, P. Tigchelaar, F. Tönjes, H. Tönjes, L. Zondervan en O. Zondervan.

Na uitvoerig beraad werd de vereniging opgericht en werd het volgende bestuur benoemd:

  • Tj.L. Dijksterhuis - beschermheer
  • J.C. Tamson - voorzitter
  • J.H. Braak - secretaris
  • P.M. Boonstra - penningmeester


De heren P.M. Boonstra en M. Prins werden uitgenodigd om "de benoodigde instrumenten aan te koopen van de heer M.J.H.van Kessel te Tilburg en wel in overleg met de heer E. Rap, muziekdirecteur te Leeuwarden".

Op 17 november 1895 vond dan de tweede vergadering plaats. Hetzelfde illustere gezelschap (allen werkende leden) van de 1e vergadering was daarbij aanwezig. De heren Boonstra en Prins brengen verslag uit over de aankoop van de instrumenten en deze worden door de directeur, de heer Rap verdeeld onder de werkende leden, nadat de beschermheer een toepasselijke rede had gehouden.

De heer Tamson wordt op eigen verzoek als voorzitter vervangen door de heer G. v.d. Meulen en de heer H. Dijkstra wordt toegevoegd als vicevoorzitter.

Voorts wordt besloten om de vereniging de naam van "Constantia" te geven, zomede om de redactie van het reglement over te laten aan het bestuur.

Op 24 november 1895 wordt in een bestuursvergadering het ontwerp-reglement vastgesteld.

Art.1 Doel.
"Er bestaat te Menaldum eene muziekvereeniging onder den naam van "Constantia", welke zich uitsluitend ten doel stelt de beoefening van de instrumentale muziek, waarbij thans wordt gebezigd koperinstrumenten, maar waaraan eene afdeeling voor strijkmuziek kan worden toegevoegd." Verder werden de gebruikelijke onderwerpen als middelen, leden, financien, bestuur, onderwijs, oefeningen, ontslag, instrumenten, algemeene vergadering, stemming, uitoeringen, enz. in het reglement vastgelegd.

T.a.v. de eventuele afdeling strijkmuziek valt nog op te merken dat in die tijd en tot ongeveer de 2e wereld-oorlog ook in deze omgeving in Friesland de viool veelvuldig werd bespeeld. Het is dus beslist niet zo dat Friesland van oudsher een blazersprovincie is. In de 30-er jaren bestonden er in ieder geval in Dronrijp, Marssum, Deinum, Beetgum, Minnertsga, Franeker en Harlingen strijkjes en/of orkesten met sympfonische bezetting, getuige de programmaboekjes van de concoursen die in die tijd werden gegeven.

Helaas is er geen informatie (meer) over de bezetting (wie speelde wat) van Constantia. Incidenteel worden in de verslagen van de bestuursvergadering mensen genoemd, zoals:
a) Tjeerd Hessels Bosma; hij kreeg wegens gebleken geschiktheid de kleine trom omdat deze overbleef. Op verzoek van de directeur (hr. Rap) kreeg hij extra les a fl 12,50 in Leeuwarden.
b) K. Giezing bedankte als werkend lid en kreeg zijn inleggeld (f 5,=) terug omdat gebleken was dat hij het blazen om zijn borst niet kon volhouden.

De feestcommissie van de tentoonstelling in Leeuwarden organiseerde op vrijdag 10 juli 1896 een wedstrijd voor alle friesche corpsen en op 12 juli een festival. Aangezien van het deelnemen aan de wedstrijd absoluut geen sprake kon zijn, werd besloten aanhet festival mee te doen. De dag van het festival werd een genoeglijke dag waarbij een vrouwenbuste in de verloting werd gewonnen.

Op 10 augustus 1896 werd de harddraverij in Menaldum opgeluisterd en op 16 augustus 1896 werden op kosten van de vereniging petten aangeschaft.

Op 20 september 1896 werd besloten voorlopig niet toe te treden tot de bond van friesche fanfarekorpsen met het oog op de ongunstige toestand der kas daar het lidmaatschap f10,= bedroeg.

Op 10 november 1896 bedankt de heer Rap als directeur. Deze wordt op 22 november opgevolgd door de heer Baltjes uit Schingen.

 

1897 - 1898

De eerste echte jaarlijkse uitvoering wordt gegeven op 21 april 1897 in de zaal van de hr. Prins. Het programma was zodanig opgesteld dat, om beurten "een stuk muziek werd geblazen" en dan weer een voordracht met zang of toneelstuk. Vooral het toneelstukje "Weg met de emancipatie' kwam heel aardig tot zijn recht, aldus de notulist. De werkende leden kregen op die avond een vrije vertering bestaande uit koffie met koek en zij kregen het recht van een "gratis verteering naar keuze beloopende tot 30 cents". Werkende leden die in verbinding stonden met ene dame kregen hiervoor een vrijkaart en ook de ouders van de werkende leden kregen een vrijkaart.

10 juli 1897: Constantia doet mee aan het festival in Heerenveen De reis werd naar Leeuwarden gemaakt met de voermanswagen en dan met de trein naar Heerenveen. De ontvangst liet "vrijwat te wenschen over". De moed raakte eruit bij het corps en "hun ambisuur was lang niet meer geschikt om de Heerenveenster Souvenir uit volle borst te blazen". De herinnerings medaille die later werd ontvangen was van een mooien vorm, netjes verzilverd en gegraveerd.

Zondag 8 augustus 1898: Festival te Menaldum. De heer Prins, kastelein, was de ontwerper van dit festival. Uitgenodigd werden de corpsen van St.Jacobi-, St.Annaparochie, Oude Biltzijl, Berlikum, Dronrijp, Marssum, Deinum, Marrum en Menaldum. Alhoewel het weer niet meewerkte waren de uitgenodigde corpsen, m.u.v. Marrum, allen opgekomen evenals het talrijke publiek zowel van elders als van hier. Het feest verliep in de beste orde af. Wat en hoeveel er gespeeld werd, wordt jammer genoeg niet vermeld. Tijdens het gezellig samenzijn 's avond in de zaal bij P.Hiemstra werden door de beschermheer warme woorden van waardering gesproken.  Op de jaarvergadering van 1 november 1897 werd door de leden voorgesteld om de contributie te verminderen van 25 op 15 cts. De kas liet dit echter niet toe. Overeengekomen werd toen om van november tot en met maart de contributie te stellen op 15 cts en van mei tot en met october op 20 cts.

Woensdag 23 februari 1898: jaarlijkse uitvoering bij de hr. Hiemstra, toegankelijk voor kunstlievende leden en voor niet leden tegen een entree van 75 cts. Een 2de uitvoering werd gegeven op zondag 27 februari met kostelooze toegang voor gehuwden tegen een entree van 25 cts. voor de ongehuwden. Voor de werkende leden is er op de 1ste avond gratis koffie met koek en een vertering beloopende tot 50 cts. Er is niets genotuleerd over de samenstelling van het programma behalve dan dat er afwisselend muziek en voordracht was.

28 september 1898: aubade aan de burgemeester ter gelegenheid van het diner hem aangeboden door de leden van de gemeenteraad, vanwege zijn 40-jarig ambtsjubileum. De 6 corpsen van Menadumadeel doen hieraan mee.

Dit zijn; "Constantia" en "Halleluja" uit Menaldum, "Trio" te Blessum, "Bazuin" te Berlikum, "Verdi" te Marssum en "Wilhelmina" te Dronrijp. In de toespraak die de burgemeester daarop hield toonde hij het grote verschil aan tussen vroeger en nu, aangaande de Duitsche muzikanten, die nu hoofdzakelijk zijn vervangen door fanfarecorpsen. Daarna toog men naar de herberg waar nog werd geblazen en waar op een lijst de namen van alle fanfaristen werden geschreven. Deze lijst werd later de burgemeester aangeboden.

(opm. deze lijst is helaas niet aanwezig in het gemeenterachief en is vermoedelijk destijds aan de scheidende burgemeester meegegeven).

Het vaandel

Op 10 juli 1897 in Heerenveen kreeg het corps zijn 2e medaille in bezit, hetgeen de notulist de volgende ontboezeming deed slaken:

O! Mag nog eenmaal die Menaldumer jonge dames de lust er eens toe hebben om het corps Constantia met een vaandel te verrijken, zeer zeker is dit het mooiste aangegeven plaats om dan met die medailles te doen prijken.

Op de jaarlijkse uitvoering van 23 februari 1898 sprak de beschermheer tot slot van de avond de vurige wens uit dat het corps met een vaandel zou worden vereerd.

17 mei 1898:
feestavond ten huize van den heer Prins ter gelegenheid van de overreiking van het vaandel.

Enige dames hadden zich de woorden van de beschermheer aangetrokken en hadden gezorgd voor een vaandel. De presidente van het damesgezelschap opende de avond waarna eerst de "Constantia-mars" werd geblazen. Daarna overhandigde de presidente het vaandel aan de beschermheer. Deze ging met schone woorden de loop van zaken na, van de oprichting tot heden en wenste dat Constantia nog vele jubileums mocht vieren waarbij het vaandel aan de voorzitter, de heer van der Meulen, overhandigde. Deze bedankte mejuffrouw Kalverboer voor de nette bewerking van het vaandel waarna de damescommissie het "Vaandellied" zong.

(Opm. Ook later komen we de Constantiamars nog weer tegen maar het zou fijn zijn dat deze en ook het vaandellied nog ergens op te duikelen zijn)

De beschermheer

Bij de oprichting van Constantia war er ook een beschermheer aangezocht, n.l. de heer Dijksterhuis. Wie was die heer Dijksterhuis eigenlijk? Alhoewel wij uit de notulen geen informatie krijgen over deze persoon kunnen we via het gemeentearchief toch wel het een en ander van hem te weten komen.

Tjeerd Lubbert Dijksterhuis is in 1856 geboren in Grijpskerk en vestigde zich op 22 september 1884 vanuit Surhuisterveen in Menaldum als arts. Hij was gehuwd met Anna Elisabeth Klaver, geboren te Dokkum. Hij had drie dochters waarvan er twee in Menaldum zijn geboren en een in Surhuisterveen. Zij woonden in het huis dat nu nog steeds door een arts is bewoond: Lytse Dyk 18.

Hij was ook lid van "de Hoop", een literaire vereniging in Menaldum, en in de notulen hiervan wordt hij regelmatig genoemd vanwege de literaire voordrachten die hij hield op de verenigingsavonden. Ook blijkt uit de notulen dat hij in het bezit was van een "pianino": deze werd op een van die avonden gebruikt om zang te begeleiden.

Op 25 januari1905 overleed zijn vrouw en dat is vermoedelijk de reden geweest dat hij op 22 mei 1905 vertrok naar Groningen. Alhoewel hij regelmatig genoemd wordt, is nergens in de verslagen zoiets te vinden over de dood van zijn vrouw en zijn vertrek uit Menaldum.

Tekst: S. R. Schaaf en J. Mooijweer

 

Nieuw x lent logo transparant zonder foryou Wit Zwart schaduwsponsor van Constantia

Ga naar boven